afdrukversie (pdf - 10k)
Inleidende uiteenzetting van Gouverneur Luc Coene
Dames en heren,
In naam van het Directiecomité heet ik u welkom op deze gewone algemene vergadering van de aandeelhouders van de Nationale Bank van België.
Tijdens de buitengewone algemene vergadering van vorig jaar werden de statuten van de Bank gewijzigd, enerzijds om ze te conformeren aan een aantal Belgische en Europese regels voor de organisatie van algemene vergaderingen en anderzijds om enkele aanpassingen van praktische aard aan te brengen. Een van deze wijzigingen is een verschuiving van het aanvangsuur van de vergadering, die dit jaar voor het eerst begint om 14 uur in plaats van om 11 uur, zoals voorheen.
Om aan de algemene vergadering deel te nemen, hoeven de aandeelhouders hun aandelen niet meer te laten blokkeren tot de vergadering is afgelopen. Voortaan moeten ze op een gegeven registratiedatum laten vaststellen dat ze eigenaar zijn van hun aandelen en dienen ze de Bank daarvan in kennis te stellen. Aangezien die nieuwe regel dit jaar voor het eerst van toepassing is, heeft de Bank besloten de aanwezigheidsaanvragen voor de vergadering van vandaag met de nodige soepelheid te beoordelen.
Ter inleiding van deze vergadering zou ik in het kort de belangrijke veranderingen willen schetsen die de Bank in 2011 heeft ondergaan. Het was immers een jaar dat historisch kan worden genoemd, omdat de Bank tijdens dit jaar volledig het microprudentieel toezicht ten laste heeft genomen.
De sinds 2008 heersende financiële crisis heeft duidelijk aan het licht gebracht dat het nodig was de organisatie en de praktische uitoefening van het toezicht op de financiële instellingen te verbeteren. Zowel op Europees vlak als in België zag de overheid zich genoopt daar nog eens grondig over na te denken.
Naar het voorbeeld van de ontwikkelingen in verscheidene landen van de Europese Unie en op basis van de aanbevelingen van de Bijzondere opvolgingscommissie belast met het onderzoek naar de financiële crisis en van het Lamfalussy-comité, heeft de Belgische overheid in 2010 besloten het toezicht op de financiële sector, en meer bepaald de wisselwerking tussen de Bank en de voormalige Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA), te laten evolueren naar een bipolair model, het zogenoemde "twin peaks"-model.
Het koninklijk besluit van 3 maart 2011 heeft uiteindelijk alle functies van het macro- en microprudentieel toezicht op de banken en de verzekeringen aan de Bank opgedragen. Dat koninklijk besluit is op 1 april 2011 in werking getreden.
Deze datum betekent dus een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van onze onderneming, omdat ze op dat ogenblik een taak overnam die van groot belang is voor de maatschappij als geheel. Deze opdracht vormt dan ook een belangrijke uitdaging voor de Bank. Bij de overname van het prudentieel toezicht hadden we immers de plicht het toezicht aan te vullen met de expertise, de competenties en de gegevens waarover de Bank reeds beschikte. We moesten dus de transversaliteit en de uitwisseling van informatie bevorderen, die terzake cruciaal zijn.
Op prudentieel vlak hebben we na een collectieve bezinning gekozen voor een organisatiemodel dat berust op de toepassing van het principe van de dubbele controle, waarbij een verticale benadering met een horizontale benadering wordt gecombineerd. De verticale analyses worden uitgevoerd door de operationele-toezichtteams. Deze beoordelen de onderneming als geheel en coördineren het toezicht op basis van een risicoanalyse en een controleplan per instelling. Daarnaast trachten de horizontale analyses, van de gehele sector en van elke risicosoort afzonderlijk, de risico's en kwetsbare punten te identificeren vanuit een transversaal standpunt. Dit geïntegreerde risicobeoordelingsproces wordt bovendien ondersteund door de andere entiteiten van de Bank, die hun expertise inzake macro-economische analyse of kennis van de financiële markten aanwenden voor het prudentieel toezicht.
Concreet gezien zijn vijf autonome diensten belast met de uitoefening van het toezicht. De dienst Prudentieel beleid en financiële stabiliteit stippelt het prudentieel beleid uit, identificeert de kwetsbaarheden, met name de systeemrelevante, en verricht horizontale analyses van de sector en van de verschillende soorten risico's, alsook van hun wisselwerkingen. Deze dienst is verantwoordelijk voor de horizontale dimensie van het toezicht.Het operationeel toezicht wordt uitgeoefend door de drie autonome diensten die respectievelijk belast zijn met het toezicht op banken en beursvennootschappen, het toezicht op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en het toezicht op marktinfrastructuren. Deze diensten zijn verantwoordelijk voor de verticale dimensie van het toezicht. Een vijfde dienst is belast met de transversale operationele functies ten behoeve van de andere operationele diensten.
Om ervoor te zorgen dat het nieuwe toezichtmodel efficiënt functioneert en de informatie optimaal circuleert, werden binnen de Bank drie overlegfora opgericht. Ze getuigen van het streven om de transversaliteit van de benaderingen, de uitwisseling van informatie en het basisbeginsel van de dubbele controle in praktijk te brengen.
De overname van het prudentieel toezicht heeft ons ertoe aangezet bijna 200 medewerkers van de voormalige CBFA te integreren. Ze werden naar de Bank overgeplaatst om de continuïteit van het toezicht te verzekeren. Om in de nieuwe structuur efficiënt te kunnen werken en gelet op de nieuwe werklast, hebben wij hervormingen tot stand gebracht, waaronder niet in de laatste plaats de invoering van een secretariaat-generaal, dat voortaan een groot deel van de louter organisatorische taken vervult.
Op te merken valt dat die hervorming zich in de Bank voordeed op een ogenblik dat de financiële crisis aanhield en dat de crisis van de overheidsschulden losbarstte. In heel Europa stonden de centrale banken onophoudelijk op de bres en maakten ze gebruik van het hele pakket aan instrumenten waarover ze beschikken. Dit alles droeg ertoe bij dat 2011 voor de Bank een jaar van uitzonderlijke mobilisering werd, en dat in haar velerhande activiteiten, die uitvoerig worden toegelicht in het eerste hoofdstuk van het ondernemingsverslag dat u werd bezorgd.
Sinds onze laatste algemene vergadering werd in het Directiecomité het vertrek van directeur Praet gecompenseerd door de benoeming van directeur Pierre Wunsch. Hij is een hoogwaardige econoom wiens expertise, vooral op het gebied van financiële stabiliteit, bijzonder goed van pas komt.
Ik stel voor dat we nu overgaan tot de gedetailleerde toelichting van de jaarrekening, die reeds een antwoord zal bieden op sommige van de vragen die we hebben ontvangen. De andere vragen zullen aan bod komen tijdens het daaropvolgende vragenuur. Ik dank de aandeelhouders die ons hun vragen vooraf en schriftelijk hebben doen toekomen, en die zo de voorbereiding van deze vergadering hebben vergemakkelijkt en ze vlotter helpen verlopen.
Ik dank u voor uw aandacht en geef nu het woord aan directeur Pierre Wunsch.